Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) 241 informeren van patiënten en hun behandelend arts. Voor deze studie is biochemisch recidief gedefinieerd volgens de Phoenix-definitie: een toename van ten minste 2.0 ng/mL vanaf de laagst gemeten PSA-waarde (PSA nadir) na de focale salvage behandeling. In dit hoofdstuk ontwikkelen twee voorspelmodellen: één met enkel variabelen van voor de behandeling (model 1) en één met ook variabelen van na de behandeling (model 2). Model 1 bevat de volgende voorspellende variabelen: leeftijd (in jaren), tumorvolume (in cm3), PSA-waarde (in ng/mL) voorafgaande aan de behandeling en PSA-verdubbelingstijd (inmaanden) voorafgaande aan de behandeling. Voor model 2 zijn dit: leeftijd (in jaren), PSA-waarde (in ng/mL) voorafgaande aan de behandeling, PSAverdubbelingstijd (in maanden) voorafgaande aan de behandeling, betrokkenheid van de zaadblaasjes, laagste PSA-waarde (in ng/mL) gemeten na FS-HDR-BT (PSA nadir) en het percentage afname in PSA-waarde (ratio tussen PSA-waarde voor de behandeling en PSA nadir). Beide modellen kunnen de kans op een biochemisch recidief redelijk nauwkeurig inschatten. Om de modellen in de kliniek bruikbaar te maken, is voor beiden modellen een interactieve webapplicatie (nomogram) ontwikkeld. Ook zijn drie risicogroepen gecreëerd op basis van de kans op een biochemisch recidief. De modellen kunnen gebruikt worden om patiënten te informeren, zowel voorafgaand als na de behandeling. De webapplicaties zijn daarbij gemakkelijk te gebruiken in de spreekkamer en kunnen het shared-decision-making proces ondersteunen. Mogelijk zijn de modellen ook bruikbaar voor andere focale salvage behandelingen, maar daarvoor dient (externe) validatie plaats te vinden. Focale uitwendige bestraling van een lokaal recidief FS-HDR-BT is een invasieve behandeling: er is een noodzaak voor een ruggenprik (spinale anesthesie) en holle naalden worden via de huid tussen de anus en de balzak in de prostaat ingebracht. Door het invasieve karakter komen niet alle patiënten in aanmerking voor deze behandeling. Daarnaast is een invasieve behandeling onder anesthesie minder aantrekkelijk wanneer een behandeling in meer dan één fractie wordt overwogen. Dit geldt zowel vanuit het perspectief van de patiënt als vanuit logistiek oogpunt. Een niet-invasief alternatief voor FS-HDR-BT zou uitwendige radiotherapie kunnen zijn. Echter, om een hoge dosis van bijvoorbeeld 2 x 13.5 Gy of 1 x 19.0 Gy veilig af te kunnen stralen met uitwendige radiotherapie, is een preciezere bestraling nodig dan mogelijk is met conventionele bestralingsapparaten. Omdat er aanzienlijke beweging en vervormingen van het doelgebied kunnen optreden gedurende de behandeling, zijn op conventionele bestralingsapparaten meestal foutmarges van 3-5 mm vereist om zeker te zijn dat het doelgebied voldoende straling ontvangt. Zeker bij een stereotactische dosis van 13.5 Gy of 19.0 Gy per fractie, waarbij de bestralingstijd lang is (> 10 minuten), kan beweging tijdens de bestraling een grote impact kan hebben. Hierdoor kan bijvoorbeeld de tumor te weinig straling ontvangen, terwijl de risico-organen juist te veel worden blootgesteld. Om veilig een dusdanig hoge dosis met uitwendige radiotherapie af te leveren, is nauwkeurige bestraling met kleine foutmarges (£ 2 mm) vereist. De 1.5 T MR-Linac zou hiervoor een uitkomst kunnen bieden. In hoofdstuk 9 onderzoeken we of het plan-technisch haalbaar is om een focale salvage behandeling uit te voeren op een 1.5 T MR-Linac. In deze studie zijn dertig patiënten geïncludeerd die eerder een FS-HDR-BT behandeling hebben ondergaan. Voor alle patiënten is een nieuw bestralingsplan voor uitwendige radiotherapie op een 1.5 T MR-Linac gecreëerd, waarbij eenzelfde dosis van 1 x 19.0 Gy is voorgeschreven. Om te corrigeren voor de bijkomende onzekerhedenmet uitwendige radiotherapie, is een foutmarge (PTV) A
RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw