Thomas Willigenburg

Appendices 242 van 1 mm gebruikt om het doelvolume (CTV). Een marge van 1 mm zal haalbaar zijn wanneer het mogelijk wordt om het behandelplan gedurende de daadwerkelijke bestraling aan te passen aan de veranderende anatomie. Het nieuwe MR-Linac bestralingsplan is vervolgens vergeleken met het klinische FS-HDR-BT bestralingsplan. Deze studie laat zien dat de voorgeschreven dosis voor het doelgebied in 57% van de MR-Linac plannen wordt gehaald, waar dit 47% voor de FS-HDR-BT plannen is. De mediane dosis is daarbij vergelijkbaar. Echter, het gebied dat 150% en 200% van de voorgeschreven dosis ontvangt, is vele malen groter bij de FS-HDR-BT behandeling. Daarnaast zijn er geen significante verschillen in de dosis die de blaas ontvangt. Wel is de dosis die de plasbuis en endeldarm ontvangen significant (maar waarschijnlijk niet klinisch relevant) lager voor de FS-HDRBT behandeling. Concluderend, lijkt het goed mogelijk om een min-of-meer vergelijkbare stereotactische focale salvage behandeling op een 1.5 T MR-Linac aan te bieden. De klinische impact van de (kleine) verschillen in de dosis in het doelgebied en de risico-organen moet worden onderzocht en worden afgewogen tegen de lagere kosten en potentieel betere patiëntervaring. Ook zijn technologische ontwikkelingen vereist, zoals het aan kunnen passen van het bestralingsplan tijdens de daadwerkelijke behandeling, alvorens een foutmarge van 1 mm veilig kan worden toegepast. Vooruitzichten Het werk beschreven in dit proefschrift geeft inzicht in de eerste periode van klinische implementatie en technologische doorontwikkeling van MRI-gestuurde bestraling voor de behandeling van gelokaliseerde prostaatkanker. De ontwikkelingen binnen de MRI-gestuurde radiotherapie volgen elkaar snel op en de eerste klinische uitkomsten bij prostaatkankerpatiënten zijn bemoedigend. De resultaten van het werk in dit proefschrift maken deel uit van de eerste stappen die gezet worden richting MRI-gestuurde, zeer hoge-precisie bestraling voor prostaatkanker, waarbij de ‘blue sky’ een (curatieve) behandeling in een of twee fracties is. Het gepresenteerde werk kan richting te geven aan onderzoek dat nodig is om een behandeling op een MR-Linac in een of twee fracties veiligmogelijk te maken, zonder dat dit leidt tot te veel ongewenste bijwerkingen of suboptimale oncologische uitkomsten. Hoewel er inmiddels enkele stappen zijn gezet, zijn hiervoor verdere technologische ontwikkelingen nodig die het mogelijk maken om tijdens de bestraling in te grijpen bij veranderingen in de anatomische situatie. Pas wanneer dit soort technologische ontwikkelingen klinisch beschikbaar zijn, kan de precisie van de behandeling verder worden vergroot en kunnen foutmarges verder worden verkleind. Dit heeft mogelijk positieve effecten op de bijwerkingen van de bestralingsbehandeling en geeft ruimte voor dosisescalatie. Daarnaast zou dit mogelijkheden bieden ompatiëntenmet lokaal teruggekeerde ziekte op een nietinvasieve manier op een MR-Linac te kunnen behandelen. Op dit moment biedt de MR-Linac al enkele voordelen voor de patiënt, waaronder het achterwege kunnen laten van goudmarkers en tatoeages voor positioneringsdoeleinden. Echter, op het gebied van oncologische uitkomsten en toxiciteit van de behandeling moet de toegevoegde waarde van MRI-sturing nog worden bepaald. Het is belangrijk dat de te verwachten effecten nauwkeurig in kaart worden gebracht, het liefst door middel van prospectief gerandomiseerd onderzoek. Enkel dan kan de meerwaarde van MRIgestuurde bestraling ten opzichte van conventionele bestraling worden aangetoond.

RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw