261 De tweede onderzoekscyclus: een volledige opdrachtenreeks gegeven niet in de cultuurhistorische context door het te vergelijken met het heroïsche beeld dat in andere films en romans wordt gegeven. Een aantal leerlingen met een ‘herkennend inzicht’ verbindt wat in de roman staat expliciet met de opvatting van de auteur: ‘Dit alles laat mij over het beeld dat de auteur in de roman geeft van het verzet zien dat de auteur ervan overtuigd is dat de organisatie tijdens de tweede wereldoorlog rommelig was. Hij laat dit zien in het geval van Osewoudt en de diefstal van een kind. Op het laatste moment is het plan niet meer goed, maar ze gaan toch door, ook al kan dat voor meer slachtoffers zorgen dan gepland was.’ (Leerling 10) Zeven leerlingen formuleren een ‘reflecterend inzicht’, waarbij ze een generalisering geven op basis van de betekenis van gebeurtenissen of de beweegredenen van romanpersonages die vaak moreel van aard is. Bijvoorbeeld: ‘Dit alles laat mij over het beeld dat de auteur in de roman geeft van het verzet zien dat het beeld van het verzet door de tijd is heel erg veranderd. In de roman zie je dat het verzet niet per se de ‘held’ van de oorlog is. Net als in de hele maatschappij zaten ook bij het verzet mensen met goede bedoelingen en mensen met minder goede bedoelingen die vooral het avontuur zochten. Het is goed om het minder subjectief te zien en te beseffen dat de mensen in het verzet niet altijd de helden zijn die wij denken dat ze zijn.’ (Leerling 48) Het beoogde inzicht dat in hoofdstuk 7 is gegeven, is dat het beeld van oorlog en verzet dat Hermans schetst, afwijkt af van het ‘heroïsche beeld’ dat in romans en films vaak te zien is, zeker in de periode net na de oorlog. Dit inzicht is volgens de niveaubeschrijving van Witte (2008) letterkundig van aard, omdat het gericht is op thematiek, gebeurtenissen, personages of vormaspecten in hun (cultuur)historisch perspectief (zie Tabel 2.5). De vraag ‘Hoe verhoudt het beeld dat Hermans in dit fragment en in de rest van de roman geeft van het verzet zich tot het beeld dat je kent uit films en romans over de Tweede Wereldoorlog’ en de bron (een artikel over het perspectief in heldenfilms in verschillende periodes na de oorlog) nodigen uit tot een interpretatie op letterkundig niveau. Veel leerlingen die een ‘herkennend inzicht’ formuleren, halen uit de bronnen wel de boodschap dat er in de loop der tijd een verschillend beeld is gecreëerd van verzetshelden, maar vertalen dit niet in hun inzicht. Elf leerlingen doen dit wel en formuleren een inzicht op letterkundig niveau dat overeenkomt met het beoogde inzicht, waarbij ze de roman in zijn historische context plaatsen. Een voorbeeld:
RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw