Renate van Keulen

245 De eerste onderzoekscyclus: het redeneermodel zij beheersen. De observatie dat er sprake is van niveauverschil bevestigt ook dat er in de didactiek ruimte moet zijn voor differentiatie door verschillende redeneerpaden of -routes te creëren die aansluiten bij verschillende leesniveaus van leerlingen. Het formuleren van een totaalinzicht bleek voor de meeste leerlingen lastig. De leerlingen hadden relatief weinig tijd om over hun totaalinzicht na te denken, wat wellicht invloed heeft gehad op het resultaat, maar de belangrijkste oorzaak ligt waarschijnlijk bij de complexiteit van de opdracht. Het schetsen van een totaalinzicht is voor leerlingen tamelijk abstract. Concreter wordt het wanneer dit totaalinzicht geformuleerd kan worden als antwoord op een centrale hoofdvraag over de roman. Daar zal in de volgende versie van het ontwerp rekening mee worden gehouden. Uit de analyses op het gebied van motivatie blijkt dat de leerlingen overwegend positief waren over de lessen en de opdrachten. Met name het nut van het redeneren werd vaak benadrukt. Omdat de meeste negatieve opmerkingen betrekking hadden op het stellen van de vragen en de onduidelijkheid van de redeneerstappen, zou het verwijderen van het onderdeel ‘vragen stellen’ en het gebruik van duidelijkere termen bij de redeneerstappen kunnen leiden tot een verbetering op het gebied van motivatie. De analyses op het gebied van leren, in combinatie met de opdrachten en de lesobservaties, laten zien dat er gedurende de lessenreeks sprake was van een leercurve, waarin de leerlingen zowel praktische als inhoudelijke vooruitgang lieten zien. Het leren vond met name plaats tijdens de redeneeropdrachten. Meer redeneeropdrachten (in plaats van het zelf vragen stellen), kunnen ertoe leiden dat het leerrendement toeneemt. De conclusie op basis van de resultaten van de lessenreeks, de evaluatie van de leerlingen en de bevindingen op het gebied van leren en motivatie is dat leerlingen in staat zijn met het redeneermodel te werken, en dat het verantwoord is om het redeneermodel te behouden als didactische basis van de game. De stappen ‘fragmentanalyse’, ‘eigen inbreng’ en ‘bronanalyse’ leiden tot reflectie en zorgen voor verdieping van de antwoorden, wat betekent dat ze als redeneerstappen behouden kunnen blijven. Ook met de redeneeropdrachten binnen het historisch perspectief en het individueel perspectief konden de leerlingen goed overweg. Tegelijkertijd zijn met betrekking tot het redeneermodel en de ontwikkelde opdrachten ook verschillende aanpassingen en verbeteringen nodig die leiden tot veranderingen ten opzichte van het in paragraaf 8.2 beschreven prototype van het ontwerp. Deze veranderingen worden besproken in paragraaf 9.6.2.

RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw