244 Hoofdstuk 9 het prototype is beschreven, waarin in ieder level een grotere redeneeropdracht wordt gemaakt binnen een van de perspectieven (zie paragraaf 8.2). De redeneeropdracht van les 3 met betrekking tot het historisch perspectief zette leerlingen op het spoor om ‘de historische waarheid’ te achterhalen. Dit leidde ertoe dat zij de roman gingen benaderen als een historische bron en veelvuldig een mimetische leeshouding aannamen. Het lijkt erop dat dit (voor een deel) verklaard kan worden door de formulering van de vraag die de leerlingen moesten beantwoorden (In hoeverre ging dat in de werkelijkheid ook zo?). De formulering van deze vraag moet dus worden aangepast. De leerlingen zetten in les 3 meerdere denkstappen en gebruikten de bronnen goed. Tegelijk kwamen ze niet (volledig) tot de redenering waar de opdracht hen naartoe beoogde te leiden. Het lijkt erop dat leerlingen bepaalde denkstappen niet vanzelf maken. Het gaat dan met name om de denkstap waarin de tekst gezien wordt als een fictionele constructie die een beeld geeft van de historische werkelijkheid dat anders is dan het beeld dat gegeven wordt in de bronnen. Om die denkstappen te stimuleren is meer sturing in de vraagstelling bij dit onderdeel nodig. Ook kan het leerlingen helpen om een onderschrift te plaatsen bij de bronnen of bronnen toe te voegen die meer sturing geven. Hoewel de opdracht van les 4 abstracter en complexer was dan die van les 3, kwamen leerlingen hier veel meer tot de redenering en het inzicht dat bij deze opdracht beoogd was. Dit is extra opmerkelijk, omdat de leerlingen in deze opdracht voor het eerst ook de stap ‘eigen inbreng’ uitvoerden, waarin ruimte was voor persoonlijke ideeën. Voor een deel wordt het resultaat veroorzaakt door de wat meer sturende vraagstelling. Ook hebben de leerlingen de bronnen bij les 4 beter geduid en ingezet dan bij les 3. Een mogelijke verklaring hiervoor is de toelichting bij bron 1, die aanstuurt op nadenken over bewuste desoriëntatie. Een tweede verklaring voor de betere resultaten bij les 4 is de ervaring die leerlingen hebben opgedaan in les 3, gecombineerd met de voorbeelden van redeneringen die ze in les 4 hebben gekregen van de docent. Om leerlingen te stimuleren ook al in de eerdere opdrachten tot kwalitatief hoogwaardige redeneringen te komen, moeten de stappen beter geconcretiseerd en gestructureerd worden. Bij de stappen fragmentanalyse, eigen inbreng en bronanalyse kunnen deelstappen worden gegeven die leerlingen uitnodigen tot diepere reflectie. In de redeneringen geven de leerlingen blijk van verschillende niveaus van literaire competentie. Een groep leerlingen laat een mimetische leeshouding zien, een andere groep laat zien reflecterend en interpreterend te lezen. Met goed doordachte opdrachten is het mogelijk om leerlingen uit te dagen het hoogste niveau van lezen te laten zien dat
RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw