Renate van Keulen

242 Hoofdstuk 9 leersoorten, zoals analyseren en evalueren, tot een nieuw idee, een oplossing of (in het geval van redeneren) een inzicht komen. De leerlingen blijven in hun opmerkingen die op creëren duiden wel vrij algemeen: ze zeggen dat ze tot inzichten zijn gekomen, maar geven niet aan welke inzichten dit zijn (‘Door de bronnen kwam ik uiteindelijk tot nieuwe inzichten’). In vijf opmerkingen geven leerlingen aan begrip te hebben gekregen van de roman (‘Door het werken met bronnen kijk je vanuit andere hoeken naar het boek, waardoor ik het boek beter begreep’). In vier opmerkingen geven leerlingen aan dat ze kennis hebben opgedaan. Algemeen (‘Door de redeneeropdrachten heb ik kennis opgedaan over zaken’) of specifiek (‘Ik heb nu meer kennis van het verzet’). Twee opmerkingen duiden op evalueren (‘Door de bronnen in opdracht 3 ben ik op een andere manier gaan kijken naar het verzet’). Twee opmerkingen duiden op analyseren, waarbij leerlingen specifiek een analysestap noemen (‘Door de bronnen te vergelijken met wat er in het boek gebeurt, ben ik meer te weten gekomen’). De opdrachten, lesobservaties en evaluaties laten zien dat leerlingen tijdens deze lessenreeks leren. Ze leren door oefening de stappen in het proces van literatuurhistorisch redeneren te begrijpen en sneller uit te voeren. Ook de kwaliteit van de broninterpretatie en geformuleerde inzichten verbetert gaandeweg de lessenreeks, wat betekent dat de leerlingen ook leren om inhoudelijk tot betere antwoorden te komen. Omdat de lessenreeks voor het grootste deel bestaat uit opdrachten, vindt leren voornamelijk plaats door oefening. Toch is het waarschijnlijk dat de leerlingen daarnaast ook leren door de inbreng van de docent, die in de eerste les uitleg geeft bij de redeneerstappen en in de vervolglessen voorbeelden bespreekt van redeneringen. Een interessante vraag is of en hoe het leren verandert in een gedigitaliseerde versie van het ontwerp, wanneer de docent geen rol meer speelt. Dat komt aan de orde in de hoofdstukken 10 en 11, waarin een in fases gedigitaliseerde versie van het ontwerp wordt onderzocht. 9.6 Conclusies en implicaties voor het ontwerp De in dit hoofdstuk beschreven onderzoekscyclus heeft als doel een bijdrage te leveren aan het ontwerp van een digitale game voor het literatuurgeschiedenisonderwijs. Deze eerste cyclus richt zich met name op het toepassen en evalueren van het in hoofdstuk 6 beschreven redeneermodel, dat werd geconstrueerd door het model voor literatuurhistorisch redeneren van Bax en Mantingh (2019) didactisch te verdiepen en te koppelen aan het SPA+ model, waarin leerlingen stapsgewijs leren redeneringen op te zetten en te verwoorden. Deze didactiek is vervolgens toegepast in een lessenreeks over de roman De donkere kamer van Damokles, en gegeven in een vwo-5 klas van 32 leerlingen.

RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw