241 De eerste onderzoekscyclus: het redeneermodel de leerlingen. Ze lijken de stappen te begrijpen, werken hard door en zijn op tijd klaar. Dit in tegenstelling tot de les ervoor, toen alle leerlingen bij een opdracht van geringere lengte na de les moesten doorwerken. Dit zou kunnen betekenen dat de leerlingen in de loop van de lessenreeks het redeneermodel hebben leren gebruiken en zijn gaan begrijpen hoe het literatuurhistorisch redeneren werkt. De resultaten van de opdrachten lijken aan te sluiten bij deze veronderstelling. In les 4 is de broninterpretatie beter uitgevoerd dan in les 3. Ook de inzichten in les 4 laten een hoger niveau van literaire competentie zien dan in eerdere lessen. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat dit ook deels aan de inhoud van de vragen en het redeneeronderwerp kan liggen. Bij les 3 werd gevraagd naar een vergelijking tussen de roman en de historische werkelijkheid en in les 4 werden leerlingen uitgenodigd om na te denken over een verteltechnische keuze van de auteur. Ook is het mogelijk dat leerlingen bij les 4 profijt hebben gehad van de kennis van het boek die gaandeweg de lessenreeks groter is geworden. De opmerkingen die de leerlingen zelf maakten met betrekking tot leren zijn geanalyseerd volgens het model in Tabel 2.7, gebaseerd op de herziene taxonomie van Bloom (Anderson & Krathwohl, 2001). Het gaat in totaal om 37 opmerkingen. De resultaten van de analyse zijn weergegeven in Tabel 9.9. Tabel 9.9 Opmerkingen met betrekking tot leren in cyclus 1 van het ontwerponderzoek (frequenties; n=32) Soort leren Specifiek Algemeen Niet Totaal Kennis verwerven 1 3 0 4 Begrijpen 4 1 0 5 Toepassen 10 4 0 14 Analyseren 0 2 0 2 Evalueren 2 0 0 2 Creëren 0 7 0 7 Van de 37 opmerkingen die gingen over leren, konden drie opmerkingen niet met het model worden geanalyseerd omdat ze te algemeen waren (‘Het was anders dan anders, dus heb ik ervan geleerd’, ‘Bij les 4 besefte ik: ik heb echt iets geleerd. Ik denk echt na’ en ‘Bij het eindinzicht kon ik alles gebruiken wat ik al geleerd had’). Bij de overige 34 opmerkingen is te zien dat leerlingen vooral aangeven dat ze geleerd hebben het redeneren of onderdelen ervan toe te passen. Door het oefenen met het redeneren, hebben ze deze vaardigheid geleerd (‘Later werd het makkelijker, omdat ik het systeem snapte’ of ‘Bij les 4 had ik het redeneren helemaal door’). Deze opmerkingen sluiten aan bij de observatie dat leerlingen sneller werkten in de laatste les. Creëren is de leervorm die na toepassen het vaakst is genoemd (7 opmerkingen). Creëren betekent dat leerlingen op basis van verschillende
RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw