Renate van Keulen

239 De eerste onderzoekscyclus: het redeneermodel 9.5.2 Motivatie In de observaties van de lessen over De donkere kamer van Damokles is te zien dat leerlingen met veel plezier op school waren. Dit heeft voor een groot deel te maken met de situatie rond COVID-19. De leerlingen mochten bij uitzondering in groepen van acht naar school komen en vonden het leuk om elkaar weer te zien en in een relatief normale setting een les te volgen. De sfeer in de klas was bij alle lessen goed. Er werd in het begin van de les veel gepraat, maar de leerlingen waren ook bereid om te werken en namen de uitleg en opdrachten serieus. Ze letten goed op, werkten door en waren welwillend en enthousiast, maar het was ook duidelijk dat meerdere leerlingen onderdelen van de lessenreeks uitdagend en zelfs lastig vonden. Om een specifieker beeld te krijgen van de motivatie van de leerlingen, zijn hun tijdens de evaluatie gegeven toelichtende opmerkingen met betrekking tot motivatie geanalyseerd met het in Tabel 2.6 gepresenteerde instrument dat gebaseerd is op de motivatietheorie van Deci en Ryan (2002). Dit houdt in dat de toelichtende opmerkingen zijn ondergebracht in de categorieën ‘autonome motivatie’ en ‘gereguleerde motivatie’. Onder autonome motivatie vallen intrinsieke motivatie (de leerling vindt de lessenreeks of delen ervan mooi of leuk) en geïdentificeerde motivatie (de leerling vindt de lessenreeks of delen ervan nuttig of belangrijk). Onder gereguleerde motivatie vallen externe motivatie (de leerling vindt de lessenreeks of delen ervan niet leuk en doet het alleen omdat het moet) en geïntrojecteerde motivatie (de leerling ervaart druk om het goed te doen of krijgt een vervelend gevoel als een onderdeel niet goed lukt). De resultaten van deze analyse worden gepresenteerd in Tabel 9.8. Tabel 9.8 Opmerkingen met betrekking tot motivatie in cyclus 1 van het ontwerponderzoek Soort motivatie Aantal Totaal Autonoom Intrinsiek Geïdentificeerd 17 97 114 Gereguleerd Extern Geïntrojecteerd 34 4 38 In totaal zijn in de evaluaties van de leerlingen 152 opmerkingen met betrekking tot motivatie gevonden en geanalyseerd met gebruikmaking van de motivatietheorie van Deci en Ryan (2002). De analyse laat zien dat 114 opmerkingen van de leerlingen duiden op autonome motivatie (17 intrinsiek en 97 geïdentificeerd), wat neerkomt op 75%. 38 opmerkingen duiden op gereguleerde motivatie (34 extern en 4 geïntrojecteerd), wat neerkomt op 25%. Bij autonome motivatie komt geïdentificeerde motivatie het meest

RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw