234 Hoofdstuk 9 Tabel 9.5 Overzicht van gecodeerde opmerkingen met betrekking tot de opdrachten in les 3 en 4 van cyclus 1 van het ontwerponderzoek Oordeel Opdrachten algemeen Opdracht les 3 Opdracht les 4 Leerzaam 0 3 0 Behulpzaam 4 0 2 Positief 3 5 16 Niet nuttig 0 1 0 Totaal 7 9 18 Zeven opmerkingen gaan over de opdrachten in het algemeen. Vier keer worden deze opdrachten ‘behulpzaam’ genoemd, dat wil zeggen dat de opdrachten de leerlingen naar eigen zeggen hebben geholpen bij het reflecteren op de aangeboden literatuur. Bij drie van deze vier opmerkingen gaat het om het werken met de verschillende perspectieven (‘Door het werken met perspectieven bekijk je het van allerlei kanten en zie je meer’). De vierde opmerking over de opdrachten in het algemeen in de categorie ‘behulpzaam’ is minder specifiek van aard (‘De opdrachten zorgden ervoor dat ik me meer heb verdiept in het verhaal door andere dingen erbij te betrekken’). Over de opdrachten in het algemeen zijn drie opmerkingen gemaakt in de categorie ‘positief’, wat wil zeggen dat de opmerking getuigt van een positieve beleving (‘Bij de opdrachten in les 3 en 4 ging het goed, omdat ik het boek beter leerde kennen’). De opdracht bij les 3 is drie keer ‘leerzaam’ genoemd (‘Door de link met geschiedenis weet ik nu meer en kijk ik ook anders dan het boek’). Vijf opmerkingen over opdracht 3 getuigen van een positieve beleving (‘Dit historische onderwerp heeft mijn interesse’). Een leerling vindt de bronnen bij deze opdracht ‘niet nuttig’ (‘Bij de bronnen van les 3 kon ik in de eerste 30 seconden eigenlijk het antwoord al vinden’). Bij opdracht 4 zijn twee opmerkingen gegeven waaruit blijkt dat leerlingen de opdracht behulpzaam vonden: (‘Hier ging ik nadenken over alles wat ik gelezen had’). 16 opmerkingen getuigen van een positieve beleving van de opdracht (‘Het is mooi om hierover na te denken’). Zeven van deze opmerkingen betreffen de timing. Leerlingen geven aan dat ze op het moment van de opdracht volledige kennis hadden van het verhaal (‘Les 4 vond ik het leukst, want toen kende ik het boek helemaal’) of ze hadden het redeneren geleerd (‘Opdracht 4, want toen was ik gewend aan het redeneren’). De opmerkingen laten zien dat de opdrachten positief worden beoordeeld op het gebied van inhoud en structuur en dat de leerlingen geen uitgesproken verbeterpunten noemen. Hoewel de analyse van de resultaten van de opdrachten aanleiding geeft om na te denken over de vraagstelling en het bronmateriaal, blijkt uit de evaluerende
RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw