Renate van Keulen

226 Hoofdstuk 9 1 dat het een plaatje is ‘over iets dat erg onduidelijk is.’ Deze leerling legt direct de link met het gelezen boek: ‘Hierin is ook veel onduidelijkheid. Je probeert de onduidelijkheid op te lossen, maar dat lukt niet.’ De leerling relateert ook de tweede bron aan het boek. Hij stelt ‘dat bij misdaadseries vaak een vaag verhaal erachter zit of je moet als kijker goed puzzelen om het mysterie op te lossen. In het boek heb je dit ook als lezer.’ Het is opvallend dat leerling 1 beide bronnen laat samenvallen met de literaire tekst (en de tweede bron niet contrasteert met de gelezen roman). De conclusie die de leerling vervolgens trekt, is: ‘Dat het leuk kan zijn om een raadsel of een gebeurtenis op te lossen, maar soms kan het zo een onverwachte en rare gebeurtenis zijn dat je het bijna niet opgelost kan krijgen dus dan zelf moet filosoferen hoe het kan eindigen.’ Leerling 1 gebruikt de bronnen hier om na te denken over de bedoeling van de auteur. Wat daarbij opvalt, is dat deze leerling blijft vasthouden aan de gedachte dat het raadsel moet worden opgelost en dat juist het puzzelen de leeservaring plezierig maakt: ‘Door de bronnen ben ik erachter gekomen dat deze onduidelijkheid juist ook wel leuk kan zijn voor de lezer. Het puzzelen en zelf iets bedenken over hoe het kan lopen kan voor de lezer erg interessant zijn.’ Leerling 2 geeft meer informatie over de bronnen dan leerling 1. Over de tekening van Escher zegt deze leerling dat het een tekening is ‘die, hoe je er ook naar kijkt, niet klopt’. Deze uitspraak over de afbeelding wordt gekoppeld aan de constructie die het kunstwerk is (‘Het is een verbeelding van de realiteit en je weet niet hoe je er toch iets realistisch uit kunt halen’). De leerling analyseert en interpreteert hier dus de bron. Vervolgens vergelijkt de leerling de bron met de roman en stelt: ‘Dat is ook precies de bedoeling van de schrijver van het boek. Hij heeft verschillende keren de werkelijkheid uitgebeeld, maar steeds op een net iets andere manier. Zo zorgt de auteur ervoor dat jij als lezer niet meer weet wat nou de échte werkelijkheid is.’ Over bron 2 zegt leerling 2 dat het een analyse is ‘van hoe detectiveseries in elkaar zitten.’ De leerling parafraseert de tekst: ‘Het gaat over de stereotyperende situatie van probleem, verdachten, eurekamoment, oplossing’. Vervolgens interpreteert de leerling de tekst als volgt:

RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw