223 De eerste onderzoekscyclus: het redeneermodel Zelf denk ik dat ik met twijfels achterblijf, omdat het boek een raar einde heeft. Opeens wordt duidelijk dat een van de hoofdpersonen, Dorbeck, volgens de Nederlanders niet heeft bestaan. Overigens heeft Osewoudt wel veel opdrachten uitgevoerd voor Dorbeck. Dus is Osewoudt nou helemaal gek in zijn hoofd dat hij alles heeft verzonnen, of is hij slim en een verrader en heeft hij met deze list de Duitsers geholpen?’ De eigen inbreng eindigt met een vraag die laat zien de leerling de tekst ‘kloppend’ wil maken: het einde is raar, maar er moet duidelijkheid komen. Het is van tweeën één: Osewoudt is gek en heeft alles uit deel 1 verzonnen, of hij heeft alles in deel 1 van het boek gemanipuleerd en is dus eigenlijk briljant. In de eindconclusie van fase 1 komt deze leerling niet tot een nieuw antwoord, maar herhaalt hij nog een keer dat de lezer met veel vragen achterblijft en dat er veel onduidelijk blijft In deze fase kiest leerling 2 een ander redeneerpad dan leerling 1. Wat leerling 2 uit de tekst haalt, getuigt van een adequaat tekstbegrip: de leerling geeft aan dat ‘de rest van de wereld’ Osewoudt niet gelooft: ‘Uit de tekst haal ik dat de rest van de wereld Osewoudt helemaal niet gelooft. Iedereen die hem verhoord heeft en iedereen die met hem praat over zijn zaak, is van mening dat Osewoudt Dorbeck zelf bedacht heeft. Er zijn wel een paar uitzonderingen, maar alle belangrijke personages rondom Osewoudt hebben geen twijfels over zijn zaak. Het is alleen lastig om bewijs te vinden.’ Bij de stap ‘eigen inbreng’ gaat leerling 2 in op het effect dat de auteur wil bereiken: ‘mij als lezer expres aan het twijfelen zetten.’ Deze leerling verwerft een belangrijk inzicht in de manier waarop de auteur de lezer met de tekst manipuleert en laat daarmee een interpreterende leeshouding zien. Leerling 2 praat niet de opdracht na, want zij kan ook heel goed uitleggen hoe de auteur dit doet: ‘Zelf denk ik dat de auteur mij als lezer expres aan het twijfelen wil zetten over het leven van Osewoudt. De auteur laat ons eerst heel het verhaal vanuit Osewoudts perspectief zien, zodat wij denken dat wat er in zijn leven gebeurde ook echt de waarheid is. Later als Osewoudt gevangen is, zien we zijn leven echter vanuit een ander perspectief en dan lezen we dat Osewoudts leven misschien helemaal niet zo is gelopen zoals wij hebben gelezen. Ik denk dat de schrijver ons expres aan het twijfelen zet, zodat wij zelf moeten bedenken welk verhaal wij willen geloven. Op die manier ontstaan er verschillende interpretaties van het boek.’
RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw