Thomas Willigenburg

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) 237 Intrafractie beweeglijkheid van de zaadblaasjes Tot op heden zijn in het UMC Utrecht enkel patiënten met laag- en intermediair-risico prostaatkanker behandeld met stereotactische uitwendige bestraling in vijf fracties op een MRLinac. Patiënten met hoog-risico prostaatkanker hebben meestal meer uitgebreide ziekte met daarbij ook betrokkenheid van de zaadblaasjes (vesiculae seminales). Deze patiënten worden op het moment van schrijven behandeld met ten minste twintig bestralingen. Voordat deze patiënten stereotactisch bestraald kunnen worden, met een hogere dosis per fractie en met kleinere foutmarges, is er informatie vereist over de beweeglijkheid van de zaadblaasjes gedurende de bestraling (intrafractie). Op de afdeling radiotherapie van het UMC Utrecht is een methode ontwikkeld waarmee de beweging van de prostaat kan worden bepaald op basis van MRI-scans die gedurende de behandeling worden verkregen. Deze methode is gebaseerd op de contrasten in zachte weefsels, welke zijn te visualiseren middels MRI. Tijdens de behandeling worden zogenaamde 3D cine-MRI-beelden opgenomen, waarbij elke 9.4 seconden een nieuwe 3D MRI-scan wordt gemaakt. De informatie over de beweging die tijdens de bestraling plaatsvindt, zou kunnen worden gebruikt om de behandeling aan te passen aan de veranderende anatomische situatie. In hoofdstuk 4 beschrijven we de toepassing van deze methode voor het in kaart brengen van de bewegingen van de zaadblaasjes gedurende de bestraling. Hiervoor zijn 50 patiënten geïncludeerd die zijn behandeld met stereotactische bestraling in vijf fracties van 7.25 Gy op een 1.5 T MR-Linac. Tijdens de bestraling zijn bij alle patiënten de eerdergenoemde 3D cine-MRI-beelden opgenomen met een temporele resolute van 9.4 seconden. In totaal zijn voor deze studie 15938 cine-MRIbeelden gebruikt, welke zijn opgenomen tijdens 247 fracties bij 50 patiënten. Het linker en rechter zaadblaasje zijn vervolgens door een arts geïdentificeerd (ingetekend) op het eerste cine-MRI-beeld van iedere fractie. De resultaten van deze studie laten zien dat de zaadblaasjes in de craniale richting (richting het hoofd) meer verplaatsing vertonen in vergelijking met de prostaat. In de posterieure (naar achteren) en caudale richting (richting de tenen) vertonen de zaadblaasjes juist minder verplaatsing en in de anterieure (naar voren) en links-rechts richting is de verplaatsing vergelijkbaar met die van de prostaat. De zaadblaasjes vertonen daarnaast, in vergelijking met de prostaat, meer rotatie in alle richtingen. Om de benodigde foutmarges voor de behandeling te berekenen, is een coverage probability analysis uitgevoerd. Om ten minste 99% van het volume van de zaadblaasjes in ten minste 95% van de fracties voldoende te bestralen, zou een marge van 5 mm in alle richtingen rondom de zaadblaasjes nodig zijn. Dit is de eerste studie die de beweging van de zaadblaasjes kwantificeert in alle zes dimensies op basis van 3D cine-MRI-beelden, welke zijn opgenomen tijdens de daadwerkelijke stereotactische bestraling. Dit werk vormt de basis voor toekomstige stereotactische bestraling van hoog-risico prostaatkanker op een MR-Linac. Intrafractie adaptatie Op het moment van schrijven is er nog geen commerciële software beschikbaar waarmee op 1.5 T MR-Linac systemen real-time – tijdens de daadwerkelijke bestraling – de behandeling kan worden aangepast aan de veranderende anatomie. Daardoor kan intrafractie beweging van het doelgebied en de risico-organen nog steeds een groot effect hebben op de nauwkeurigheid waarmee de bestralingsdosis wordt afgegeven. Dit geeft beperkingen voor de maximale dosis die per fractie kan A

RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw