Gelezen, geleefd, gedeeld

41 laatstgeschreven novelle (van 1958) die aan het begin van de trilogie is geplaatst. Die speelt in de voorchristelijke tijd. De Wiarda’s op de terpen hadden toen soms te lijden onder de rooftochten van Denen en Noren, met wie ze zich desondanks verwant wisten. Ze waren nog niet aan de Franken onderworpen. Wel dienden de eerste christelijke priesters zich al aan, en groeide het besef dat de overgang naar de nieuwe godsdienst onafwendbaar was. De Friezen konden er alleen maar beter van worden, zo duidt De Vries de tegenstrijdige gevoelens. Wat dit boek met theologie te maken heeft, is wel duidelijk, lijkt me. De Vries wist heel goed hoe ingrijpend godsdienstige overtuigingen konden zijn, ten goede of ten kwade. Hij kwam uit een christelijk milieu voort, en ook zijn naïeve, welhaast religieuze aanhankelijkheid aan de utopie van het com- munisme, inclusief dat van Stalin, maakte dat hij gelovigen, zowel in hun gedrevenheid als in hun opportunisme, met al hun ambiguïteit begreep en raak kon typeren. Hij kon dit epos over die Friese geslachten door de eeu- wen heen niet schrijven zonder ruimhartig aandacht te schenken aan hun godsdienstige overtuigingen, hoe aangevochten of berekenend of ontaard die ook konden zijn. Nu je de PThU verlaat, Gé, wens ik je nog vele gelukkige jaren toe met allen die je lief zijn en vele mooie interreligieuze ontmoetingen in het licht van de Eeuwige aan wie we ons kunnen toevertrouwen in alles wat ons overkomt. We weten niet wat de toekomst brengt, welke rampen de wereld misschien zullen treffen, maar dat zal nooit het hele verhaal zijn. Theun de Vries, Het geslacht Wiarda

RkJQdWJsaXNoZXIy ODAyMDc0