263 De tweede onderzoekscyclus: een volledige opdrachtenreeks De leerlingen die een ‘reflecterend inzicht’ laten zien, hebben nagedacht over de invloed van het vertelperspectief in de roman op de lezer, maar hebben de gegeven bron, waarin wordt geschreven dat objectiviteit niet mogelijk is omdat er altijd een verteller is die bepaalt hoe je iets ziet, niet vertaald naar hun inzicht. Elf leerlingen richten zich wel op de manier waarop de verteller invloed heeft op de beleving van de lezer en tonen daarmee een ‘interpreterend inzicht’. Ze laten zien dat ze beseffen dat de roman geconstrueerd is. Een voorbeeld: ‘Dit alles laat mij over de invloed van het vertelperspectief op de manier waarop je de roman leest zien dat je nooit in het verhaal iemand als een objectieve verteller moet zien. Je moet zelf denken over wat er verteld wordt en het zien als een subjectief standpunt. Anders denk je dat je een opvatting krijgt die volledig op feiten is gebaseerd, terwijl dit dus nooit kan, omdat het standpunt van de verteller altijd subjectief is.’ (Leerling 30) Dit inzicht komt overeen met het beoogde inzicht dat het perspectief van de verteller altijd bepaalt wat een lezer onder ogen krijgt en objectiviteit in een roman of film een illusie is. Dit beoogde inzicht is volgens de niveau-indeling van Witte (2008) interpreterend van aard: het gaat in op vormkernmerken van de roman of van literatuur in het algemeen en laat het besef zien dat de roman geconstrueerd is (zie Tabel 2.5). Vier leerlingen hebben een inzicht geformuleerd waarin staat dat objectiviteit in een roman niet bestaat door de rol van de verteller. Zeven leerlingen formuleerden een inzicht dat overeenkomt met het tweede beoogde inzicht dat leerlingen in deze opdracht konden verwerven: het vertelperspectief in De donkere kamer van Damokles kan lezers op het verkeerde been zetten. Een voorbeeld: ‘Dit alles laat mij over de invloed van het vertelperspectief op de manier waarop je de roman leest zien dat als je een roman zoals De donkere kamer met het hij-perspectief leest, maar ook bij andere perspectieven, je het perspectief van de verteller onbewust over zal gaan nemen. Je kan moeilijk een andere mening vormen dan wat de verteller wilde en dus kan hij je ook de verkeerde kant opsturen.’ (Leerling 2) De resultaten laten zien dat geen enkele leerling een inzicht formuleert op belevend of herkennend niveau. De opdracht zet leerlingen er blijkbaar toe aan om ‘boven het verhaal’ te gaan staan en na te denken over verteltechnische aspecten. Wel blijven de leerlingen die een reflecterend leesniveau laten zien vaak wat algemeen in hun generalisering en komen sommige inzichten wat voor de hand liggend over:
RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw