217 De eerste onderzoekscyclus: het redeneermodel leeshouding zien. Van de overige 29 leerlingen laten er 26 hetzelfde patroon zien, waarbij ze net als leerling 2 soms wel een nuanceverschil benoemen: ‘Deze bronnen laten mij zien dat er verschillende kanten zijn en de situatie en tijd bepalend is voor de daad. De bronnen laten zien dat niet alles is waar het op lijkt. De moorden werden niet altijd zomaar gepleegd zonder emotie maar vaak zat hier een reden en een redelijk besef achter. In de eerdere conclusie zie ik dat de moorden en de daden die gepleegd worden eruit zien als gevoelloos en emotieloos. Echter kan ik uit de bronnen opmaken dat dit niet zo is. De moorden werden met verstand, emotie en besef gepleegd. Er werd bedacht of de moord het wel waard is en of dit goed zal zijn voor ze. Het ging dus niet emotie- en gevoelloos zoals in de eerdere conclusie staat beschreven.’ (Leerling 6) Sommige leerlingen passen naar aanleiding van de bronnen hun eerdere conclusie aan, maar doen dit omdat ze een andere ‘waarheid’ gevonden hebben. Bijvoorbeeld: ‘Uit de bronnen heb ik gehaald dat het verzet het ook niet altijd eens was met de moorden die zij pleegden. Ze vonden het niet leuk en wilden het niet doen uit persoonlijke haat. Zij wilden het doen omdat ze verraad tegen wilden gaan en liefde voor het vaderland hadden. Ze hadden er dus soms zelf ook moeite mee, en gingen niet zomaar elke tegenstander omleggen. Een moord uit een opvlieging, zoals die van bron 2, werd niet geprezen. Deze conclusie staat haaks op de gegeven conclusie, omdat ik uit de bronnen heb gehaald dat de verzetsleden zelf ook moeite hadden met moord en dit niet altijd rechtvaardig vonden. In de gegeven conclusie wordt juist het tegenovergestelde gezegd, dat de leden hier niet zoveel om gaven. Hier ben ik het dus niet langer mee eens.’ (Leerling 20) Drie leerlingen laten een reflecterende houding zien door op basis van de broninterpretatie en de vergelijking met de eerdere conclusie een generalisering te geven: ‘Je zou dus nu kunnen zeggen dat er wel een geweten is maar dat dit door emoties en de neiging om te overleven wordt weggestopt op het moment dat men ervoor moet kiezen om iemand te vermoorden. Dat het een kwestie wordt van of ten onder gaan aan de Duitsers of degenen die jou in de weg staan om het leven brengen, wat dan ook de NSB’er uit het café kan zijn.’ (Leerling 27) Bron 1, het fragment uit Het meisje met het rode haar, interpreteren de leerlingen allemaal anders dan als romantisering van het verzet. Ze beschrijven het niet als fictie, maar
RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw