Nanke Dokter

152 Stimuleren van schoolse taalvaardigheid bij rekenen over de duur van het aanbod. Van de vijftien stellingen was dit de stelling waar de studenten gemiddeld het laagst op hebben gescoord. 2 Collectieve participatie De collectieve participatie in de interventie kwam tot stand door wederzijdse coaching van studenten in het gebruik van schooltaalstimulerende strategieën aan de hand van de filmopnamen van hun lessen op de stageschool. Uit de observaties (zie Observatie- verslag, Bijeenkomst 2) en de evaluatie van de docent na Bijeenkomst 1, bleek dat er in de experimentele groep een onveilig klassenklimaat heerste; studenten gaven aan elkaar niet te kennen en vertrouwden elkaar niet genoeg om openlijk te communiceren in de groep. Ondanks dit gegeven hebben de studenten elkaar gecoacht bij het analyseren van de schooltaalstimulerende strategieën tijdens de rekenles op de stage. Tijdens de les bleek dat 25 van de 35 aanwezige studenten het eigen handelen op de stage hadden gefilmd. De overige tien studenten kregen een aangepaste opdracht. Alle studenten hebben elkaar gecoacht. Omdat de studenten in kleine, zelfgekozen en daarmee voor hen veilige groepjes werkten, was het toch mogelijk om tot collectieve participatie van de studenten te komen. Uit de evaluatie blijkt dat studenten dit positief waardeerden: op de stelling ‘Het was fijn om samen te werken met de klasgenoten’ scoorden de studenten gemiddeld 4.29 op een 5-punts Likertschaal (SD=.75, range 3- 5). Daarmee was dit de stelling waar ze (tamelijk eensgezind) het hoogst op scoorden. 3 Inhoudelijke focus en doelen Voor veel studenten was het doel van de interventie in eerste instantie niet duidelijk (zie Observatieverslag, Bijeenkomst 2): ‘Daarna [na een spelactiviteit; ND] werd be- sproken waarom we dit eigenlijk doen, op vraag van de docent rekenen/wiskunde. De vier eerst gevraagde studenten weten het niet. De vijfde student zegt: kinderen die beter zijn in de taal presteren beter.’ Na de derde bijeenkomst geven de studenten aan te begrijpen dat ze werken aan het geven van feedback door schooltaalstimulerende strategieën in te zetten (zie Observatieverslag, Bijeenkomst 3). In Bijeenkomst 5 wordt nogmaals aandacht besteed aan de te behalen doelen. Uit de antwoorden op de open vragen blijkt dat het doel van de interventie voor een aantal studenten niet duidelijk genoeg is geworden. Zes studenten geven aan dat er wat hun betreft meer moet worden ingegaan op rekenen in plaats van op taal; een student geeft aan dat de waarde voor de studenten duidelijker moet worden aangegeven. Er zijn ook twee studenten die bij de open vragen aangeven dat ze de interventie heel duidelijk vonden. Naast onduidelijkheid over het doel van de interventie was er bij de studenten on- duidelijkheid over de eigen leerdoelen. Het bestaande lesaanbod (waar de interventie bij aanhaakte) had leerdoelen, de door de opleiding vastgestelde standaarden, die in een cyclisch lesontwerp moesten worden aangetoond en verantwoord. De studenten kregen de opdracht daarbinnen ook hun eigen leerdoelen te formuleren, gericht op hun handelen tijdens het begeleiden van de rekenles. De studenten uit de experimentele groep richtten zich hierbij op de schooltaalstimulerende strategieën, de studenten uit

RkJQdWJsaXNoZXIy ODAyMDc0