Lianne Zondag

203 Samenvatting Om de BBS te valideren voor verloskundig zorgverleners hebben we de (1) inhoudsvaliditeit, (2) interne validiteit en (3) discriminant validiteit getest. Om de inhoudsvaliditeit te testen, werd de BBS beoordeeld door een expertpanel. Stelling 6 werd aangepast voordat de vragenlijst werd verspreid. In totaal vulden 199 geboortezorgprofessionals de vragenlijst in, waaronder eerstelijns verloskundigen, klinisch verloskundigen en gynaecologen. De gegevensverzameling vond plaats tussen november 2022 en maart 2023. De BBS bleek een goede interne betrouwbaarheid te hebben, wat betekent dat de BBS betrouwbaar een verschil in bevallingsovertuigingen tussen verloskundig zorgverleners meet. In ons onderzoek was de gemiddelde score met betrekking tot de overtuiging dat bevallen een medisch proces is 2,72 punten (op een 5-puntsschaal). Gynaecologen scoorden hoger (3,22) op de opvatting dat bevallen een medisch proces is dan klinisch verloskundigen (2,92) en eerstelijns verloskundigen (2,72). De gemiddelde score op de overtuiging dat bevallen een natuurlijk proces is, was 3,89, met een omgekeerd scoringspatroon. Eerstelijns verloskundigen hadden de hoogste scores (4,24), gevolgd door klinisch verloskundigen (3,94) en gynaecologen (3,21). De scores verschilden significant tussen alle disciplines op beiden meetschalen. Met regressieanalyse zagen we een effect van het type VSV en werkervaring op de overtuigingen dat bevallen een natuurlijk proces is. Met deze studie laten we zien dat de bevallingsovertuigingen van verloskundig zorgverleners verschillen en kunnen worden onderzocht met behulp van de BBS. Het gebruik van de BBS kan verloskundig zorgverleners inzicht geven in hun bevalovertuigingen. Dit inzicht kan helpen tijdens gezamenlijke besluitvorming, waarbij een balans tussen professionele overtuigingen en cliëntvoorkeuren belangrijk is, en het risico op onterechte praktijkvariatie kan verminderen. Hoofdstuk 8 | Discussie Dit proefschrift biedt een overzicht van een aantal factoren die praktijkvariatie in de geboortezorg mede kunnen verklaren. Ons onderzoek naar de regionale variatie in medische ingrepen tijdens de bevalling geeft belangrijk inzicht over praktijkvariatie in Nederland en de andere studies genereren verdere kennis over hoe persoonlijke en professionele factoren besluitvorming van verloskundigen beïnvloedt over het gebruik van interventies. Met behulp van het sociologische model van praktijkvariatie en het kader van Sutherland en Levesque, welke gebruikt kan worden om te beoordelen of er sprake is van ongewenste variatie, hebben we op onze bevindingen gereflecteerd. Nationale richtlijnen en regionale protocollen bieden een kans om medisch beleid gedetailleerd en wetenschappelijk onderbouwd te beschrijven, maar kunnen ook leiden tot ongewenste standaardisering van zorg. Te veel standaardisatie in regionale protocollen kan de ruimte voor cliëntvoorkeuren en andere contextuele factoren verkleinen. Wanneer deze protocollen strikt 10

RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw