202 Chapter 10 we in hoeverre de aanbevelingen uit nationale richtlijnen werden gebruikt in regionale protocollen en of er een verband is met de kwaliteit van de nationale richtlijnen. Het doel was om te onderzoeken hoe verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV’s) nationale richtlijnen omzetten naar regionale protocollen en of variatie in deze protocollen kunnen bijdragen aan praktijkvariatie. We hebben vier nationale richtlijnen vergeleken met achttien regionale protocollen uit zes verschillende VSV’s. De READ-methode (Ready materials, Extract data, Analyze, Distil) werd gebruikt om de inhoud van de regionale protocollen te analyseren en het AGREE II-instrument werd gebruikt om de kwaliteit van de nationale richtlijnen te beoordelen. Aanvullend ontwikkelden we een analytisch kader om regionale protocollen te evalueren. Onze analyse toonde grote variatie in de aanbevelingen van regionale protocollen, wat kan bijdragen aan de huidige praktijkvariatie in IOL in Nederland. Sommige VSV’s volgden de aanbevelingen uit de nationale richtlijnen nauwgezet, terwijl andere VSV’s hun eigen aanbevelingen formuleerden. In bepaalde regio’s varieerde het per onderwerp of de aanbevelingen uit nationale richtlijnen werden gevolgd of eigen aanbevelingen werden geformuleerd. In VSV’s met een hoog percentage IOL werden extra risicofactoren en strengere afkapwaardes toegevoegd als indicatie voor een inleiding. VSV’s met een laag percentage IOL beschreven meer mogelijkheden om de bevalling binnen de eerstelijns zorg voort te zetten. Opvallend was dat in de protocollen van deze VSV’s vaker expliciet aandacht werd besteed aan gedeelde besluitvorming en de voorkeuren van de zwangere vrouw. Dit onderzoek laat zien dat de aanbevelingen uit nationale richtlijnen niet systematisch en willekeurig over worden genomen in regionale protocollen. Er lijkt behoefte aan sturing en ondersteuning voor zorgverleners om nationale richtlijnen op een systematische manier te vertalen naar regionale protocollen. Het is belangrijk dat in regionale protocollen contextuele factoren worden meegenomen en er ruimte blijft voor de voorkeuren van de vrouw om te voorkomen dat protocollen leiden tot overmatige standaardisatie en ingrepen. Hoofdstuk 7 In deze validatiestudie hebben we onderzocht of de Birth Beliefs Scale (BBS) gebruikt kan worden om bevalovertuigingen te meten onder zorgprofessionals in de Nederlandse geboortezorg. De BBS blijkt een goed instrument om onderscheid te maken tussen bevallingsovertuigingen als een medisch proces (BBS-Med) en als een natuurlijk proces (BBS-Nat) bij zwangere vrouwen. De BBS bestaat uit twee meetschalen: vijf stellingen over de bevalling als een natuurlijk proces en zes stellingen over de bevalling als een medisch proces. Een hogere score duidt op sterkere overtuigingen over de bevalling als een natuurlijk of als een medisch proces.
RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw