200 Chapter 10 vaker meer dan een liter bloedverlies. We zagen ook veel variatie voor het percentage episiotomie en de toediening van oxytocine na de bevalling. Opvallend was dat in de regio’s met een hoger percentage thuisbevallingen minder vaak een episiotomie werd geplaatst en minder vaak oxytocine postpartum werd toegediend. Er bleek sprake van een noord-zuidverdeling in Nederland: noordelijke provincies hadden een hoger percentage thuisbevallingen en een lager percentage medische ingrepen (episiotomie en oxytocinegebruik postpartum) dan zuidelijke provincies. De variatie in medische ingrepen waren onafhankelijk van maternale kenmerken, wat suggereert dat verschillen in zorgverlenerspraktijk en houding van zorgverleners een rol spelen. Deze studie laat zien dat er onderzoek gedaan moet worden naar de rol van de zorgverlener in de besluitvorming over het gebruik van medische ingrepen. Daarnaast moet er bewustwording komen bij beleidsmakers en zorgprofessionals over ongewenste praktijkvariatie in geboortezorg. Hoofdstuk 4 In deze beschrijvende, kwalitatieve studie hebben we met behulp van diepte-interviews onderzocht welke ervaringen, overtuigingen en waarden de houding van verloskundigen ten aanzien van medische ingrepen in de verloskunde beïnvloeden. We voerden twintig interviews uit in juni 2019 en analyseerden de gegevens met behulp van inductieve analyse. We vonden twee hoofdthema’s: (1) houdingen ten opzichte van medische ingrepen en (2) invloeden op de houding van verloskundigen. In ons onderzoek beschreven verloskundigen hun houding ten opzichte van medische ingrepen als gericht op afwachten en observeren of gericht op controleren en beheersen. Verloskundigen die zorg verleende vanuit de afwachtende en observerende houding toonde meer ondersteunend gedrag, waarbij ze vrouwen zoveel mogelijk ondersteunden om autonome keuzes te maken. Verloskundigen die zorg verleenden vanuit een controlerende houding lieten meer sturend gedrag zien, waarbij ze de zwangerschap en bevalling meer controleren door aanvullende onderzoeken. Drie factoren bleken van invloed op de houding van verloskundigen: (1) samenwerking met andere zorgverleners, (2) vertrouwen en angst in het proces van zwangerschap en bevalling, en (3) opvattingen over vrouwgerichte zorg. Alle verloskundigen in dit onderzoek waren van mening dat zwangerschap en bevalling fysiologische processen zijn en hebben de intentie om alleen medische ingrepen te doen indien nodig. Verloskundigen met een meer afwachtende houding leken meer terughoudend te zijn met het toepassen van medische ingrepen dan verloskundigen met een meer controlegerichte houding. Het is belangrijk dat verloskundigen zich bewust zijn van hoe hun ervaringen, overtuigingen en waarden hun houding ten opzichte van
RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw