327 De derde onderzoekscyclus: het volledig digitale ontwerp de lezers, zorgt ervoor dat het beeld in de inzichten sterk is veranderd. Ongeveer een kwart van de leerlingen neemt de boodschap uit de bron over Escher expliciet mee in het inzicht, terwijl dit in Lessenreeks 2 nauwelijks gebeurde. Tegelijkertijd neemt ook bij Lessenreeks 3 een grote groep de boodschap uit de bron niet mee in het inzicht. Een nadere analyse laat zien dat daar ook leerlingen bij zitten die bij de bronanalyse wel de juiste boodschap uit de bron hebben gehaald. Het lijkt erop dat de opdracht in deze vorm veel leerlingen uitnodigt om in hun inzicht hun eigen gedachten te verwoorden over het ‘kijken vanuit meerdere perspectieven’, waarbij ze het verhaal van De donkere kamer van Damokles’ alleen als aanleiding gebruiken voor hun reflectie en vaak niet eens meenemen in hun verwoorde inzicht. Mogelijk zorgen de titel van het level ‘Jij als lezer’ en de redeneervraag ‘Welk effect hebben de andere visies op het verhaal op jou als lezer?’ ervoor dat veel leerlingen deze keuze maken. De verschuiving die bij deze opdracht te zien is in de resultaten, is direct te relateren aan de wijziging in de aangereikte broninformatie. Hoewel in Lessenreeks 3 iets minder leerlingen tot een ‘interpreterend inzicht’ zijn gekomen dan in Lessenreeks 2, laten de analyses ook zien dat minder leerlingen een inzicht van herkennend niveau tonen. Meer leerlingen nemen in Lessenreeks 3 een zekere afstand van het boek door te reflecteren over het thema schuld en laten daarmee een hoger niveau van literaire competentie zien dan leerlingen die een ‘herkennend inzicht’ formuleren. Ook bij deze opdracht lijken de aanpassingen en digitalisering van het ontwerp geen invloed te hebben op de kwaliteit van de resultaten van de leerlingen. De resultaten van de opdrachten laten zien dat de leerlingen ook in Lessenreeks 3 tot inzichten zijn gekomen op basis van hun redeneringen, en dat zij die inzichten duidelijk en uitgebreid formuleren. Ook laten de resultaten zien dat de leerlingen in deze versie de bronnen vaker in hun inzichten gebruiken dan in Lessenreeks 2, met als gevolg dat meer leerlingen een inzicht formuleren dat aansluit bij het beoogde inzicht. Ook blijken de leerlingen bronnen minder vaak verkeerd te interpreteren. De toevoeging van introducerende teksten bij de bronnen en de aanpassing van de startzin bij het verwoorden van de inzichten (‘De redeneerstappen laten mij zien dat…’) lijken een positief effect te hebben op de kwaliteit van de gegeven antwoorden. De evaluerende opmerkingen die specifiek over de bronnen gaan, laten zien dat de meeste leerlingen de bronnen als nuttig ervaren, wat aansluit bij het beeld dat naar voren komt uit de resultaten van de opdrachten (‘Ik vond de bronnen leuk omdat die hielpen de roman op een andere manier te bekijken. Ze gingen namelijk niet over de roman, maar konden wel worden gebruikt als een soort ‘tool’ om meer helderheid te creëren bij mijn antwoorden’).
RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw