139 Samenvatting konden worden geplaatst met een goede primaire stabiliteit. De implantaten konden met een hoge nauwkeurigheid (globale afwijking 1,1 ± 0,5 mm, laterale afwijking 0,8 ± 0,5 mm) en een lage hoekafwijking (7,2 ± 3,4°) worden geplaatst. Het ontwikkelde chirurgische sjabloon maakt daarmee een nauwkeurige plaatsing van het implantaat in de edentate atrofische maxilla mogelijk. Het in hoofdstuk 4 beschreven onderzoek had tot doel het vergelijken van marginale botverandering, de overleving van implantaten en overkappingsprothesen, en de klinische-, kauwfunctie- en patienttevredenheids-uitkomsten van een overkappingsprotheses in de atrofische edentate bovenkaak, ondersteund door twee of vier implantaten. In een gerandomiseerde gecontroleerde studie met een follow-up van 1 jaar werden 40 edentate patiënten willekeurig toegewezen aan een groep bij wie twee (n=20) of vier (n=20) implantaten in de atrofische edentate bovenkaak werden geplaatst. Na osseointegratie van de implantaten kregen alle deelnemers een overkappingsprothese die verankerd was op een staaf-hulssysteem. Na een jaar was de marginale botverandering -0,03 ± mm in de groep met 2 implantaten en -0,16 ± mm in de groep met 4 implantaten (p=0,21). De implantaatoverleving was significant verschillend tussen de groep met 2 en de groep met 4 implantaten (resp. 83,3% en 94,4%, p=0,03). De gemiddelde pocketdiepteverandering en de klinische resultaten waren vergelijkbaar tussen beide groepen evenals de kauwprestaties en de patiënttevredenheid. Gezien de lagere implantaatoverleving geniet een overkappingsprothese in de bovenkaak op vier implantaten voorzien van een staafhuls systeem de voorkeur. Het doel van hoofdstuk 5 was om de behandelresultaten te beoordelen van een groep patiënten met een overkappingsprothese op 2 implantaten en een solitair verankeringssysteem. Deze patiëntengroep kenmerkte zich door een onvoldoende botvolume voor het plaatsen van vier implantaten in de bovenkaak en het niet bereid zijn of in aanmerking komen voor reconstructieve chirurgie ten behoeve van plaatsen van de implantaten. Vijftien opeenvolgende patiënten werden geïncludeerd. Bij alle deelnemers werden twee implantaten onder plaatselijke verdoving geplaatst. Na drie maanden osseointegratie werd een overkappingsprothese met palatinale bedekking en solitaire verankeringen vervaardigd. Het overlevingspercentage van implantaten en overkappingsprothesen was respectievelijk 89,3% en 85,7%. De verandering in marginaal botniveau (-0,5 ± 0,7 mm), de verandering in pocketdiepte (0,0 ± 1,0 mm) en de klinische resultaten waren gunstig na 1 jaar, evenals de kauwprestaties en patiënttevredenheid. Er werd geconcludeerd dat patiënten met extreme resorptie van de bovenkaak die niet bereid of geschikt zijn om behandeld te worden met reconstructieve chirurgie, baat kunnen hebben bij een overkappingsprothese op 2 implantaten die wordt verankerd door solitaire bevestigingen, maar een relatief hoger risico lopen op implantaatverlies. Het doel van het in hoofdstuk 6 beschreven onderzoek was het bepalen van de incidentie van peri-implantaire mucositis en peri-implantitis bij volledig edentate patiënten met een overkappingsprothese op implantaten gedurende een follow-up periode van 10 jaar. Data van twee klinische onderzoeken met in totaal 116 patiënten, die waren behandeld met implantaatgedragen A
RkJQdWJsaXNoZXIy MTk4NDMw